Interview met Michelle Visser

Vandaag (woensdag 15 mei) verschijnt het nieuwste boek van Michelle Visser, getiteld ‘Eline’. Uitgeverij Boekerij gaf mij de gelegenheid om Michelle Visser een aantal vragen te stellen. Ik legde haar tien vragen voor, waarop ik uitgebreid antwoord kreeg. Ik ben erg nieuwsgierig geworden naar ‘Eline’. Binnenkort kunnen jullie mijn recensie over dit boek lezen.

Hoe ben je ooit aan het schrijven van je eerste boek begonnen? Was boeken schrijven altijd al een droom van je?
Michelle: “Als kind en als tiener was ik al een echte boekenwurm met veel fantasie. Ik heb toen af en toe al wat korte verhalen geschreven. Tijdens de laatste jaren aan de middelbare school, met de leeslijsten vol titels waar ik niets aan vond, is mijn plezier in lezen een hele tijd verdwenen. En tijdens mijn studie was ik te druk met andere zaken, toen had lezen en schrijven weinig prioriteit voor mij. Toen ik eenmaal aan het werk was en al snel in communicatiefuncties terecht kwam, toen kwam bij mij de liefde voor verhalen terug. Om ze te lezen, en ook om ze te verzinnen. In 2005 ontstond bij mij vrij plotseling de drang om een roman te gaan schrijven, en dat moest per se een historische roman gaan worden. Eerst ben ik toen gaan nadenken over een onderwerp, of een persoon, en dat werd de uitvinder Cornelis Drebbel, die leefde in de Gouden Eeuw. Dat was het begin van mijn schrijversleven.”

Heb je een speciale schrijfplek? Zo ja: hoe ziet die plek eruit?
Michelle: “Eerst schreef ik altijd aan de eettafel in huis. Dat is ook geen verkeerd plekje, want mijn man en ik wonen in een sfeervol oud huisje, vol oude elementen. Onze eettafel staat in zo’n zijkamertje met grote ramen naar de tuin en straat, en er staat een grote boekenkast en nog meer boekenplanken. Dus alle inspiratie had ik in de buurt. Alleen kreeg ik wel vaak last van mijn rug, omdat ik op een gewone stoel zat. Inmiddels heb ik het heel luxe voor elkaar, vind ik zelf. Ik heb sinds vorig jaar een eigen schrijfhuisje in de tuin. Het is klein, maar het is helemaal mijn domein, en alles is zo ingericht dat ik er heerlijk kan werken. De muren zijn zachtgroen, dat vind ik een fijne kleur. Boven mijn bureau hangt een groot prikbord dat volhangt met inspiratiedingetjes en boven mijn hoofd, op het platte dak, hoor ik de vogels en soms een eekhoorn lopen. Het is echt een superfijne plek om te schrijven. En dankzij mijn bureaustoel is mijn rug ook blij. Voor Libelle heb ik een promotiefilmpje gemaakt en daarop kun je zelf even in mijn schijfhuisje binnen kijken.”

Hoe ziet een gemiddelde schrijfdag er voor jou uit?
Michelle: “Ik schrijf het liefst in de ochtenduren. Dan is mijn hoofd nog fris en de energie aanwezig. Daarna ga ik wandelen met onze hond en is de middag voor huishoudelijke dingen, of lezen (voor plezier of in researchboeken die met mijn manuscript te maken hebben of voor wat dan ook). Ik schrijf meestal 1500 tot 2000 woorden per dag. In de rest van de dag, als ik dus niet achter mijn laptop zit, is het manuscript in mijn achterhoofd nog aanwezig. Dan staat het als het ware op een mentaal warmhoudplaatje te sudderen en denk ik vast na over hoe ik de volgende dag weer verder ga. Ik heb gemerkt dat het creatieve proces gebaat is bij een goede afwisseling van inspanning en ontspanning. Vooral in het bos wandelen helpt mij om ruimte in mijn hoofd te krijgen waardoor de inspiratie als het ware vanzelf de kop opsteekt. In heel drukke periodes, vol stress, of allerlei dingen die spelen, gaat het schrijven veel moeizamer en stroever.”

Hoe ben je op het idee voor je nieuwste boek ‘Eline’ gekomen?
Michelle: “’Eline’ gaat eigenlijk over de vraag: hoe was het leven in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik vroeg mezelf dat op een gegeven moment af, en ik kon er weinig zinnigs over zeggen. Ik wist dat Nederland neutraal was, en dat klinkt alsof het hier allemaal koek en ei was. Maar als je buurlanden jarenlang in de meeste dodelijke strijd zijn verwikkeld, dan moét dat wel effect hebben. Wat waren die effecten? Daar was ik nieuwsgierig naar, en zo is langzamerhand ‘Eline’ gegroeid.”

Heb je van tevoren en/of tijdens het schrijven veel onderzoek gedaan naar het gekozen tijdvak? Welke bronnen heb je zoal geraadpleegd?
Michelle: “Zeker! Het schrijven van een historische roman bestaat voor een zeer groot deel uit onderzoek doen. Daar begint het mee, en dat gaat ongeveer door tot de allerlaatste dag, want er is altijd nog wel een feitje te verifiëren. Als ik een historische roman schrijf, dan wil ik die wereld van toen in elke vezel kennen. Dat kan natuurlijk niet echt, maar ik kom een heel eind. Dat betekent dat ik me heel breed inlees, en dat misschien 2% van alles dat ik heb geleerd en gelezen, daadwerkelijk in het verhaal verwerkt wordt. Voor mij ligt hierin ook het plezier van historische schrijven. Mijn interesse in geschiedenis is heel groot. Dus als je iets leest in ‘Eline’ of in een andere historische roman van mij, dan kun je er van uitgaan dat dat gebaseerd is op onderzoek. Zo is er bijvoorbeeld een scène in ‘Eline’ waarin een boerin communiceert met haar meid via een geschreven boodschap op een stukje papier dat in de klok wordt gestoken. Dat heb ik niet verzonnen, dat weet ik bijvoorbeeld van mijn bezoek aan een openluchtmuseum in Orvelte in Drenthe.
Mijn eerste en belangrijkste bron van kennis zijn boeken. Meestal non-fictie, en dan de wat kleinere, onbekende werkjes, zodat er diepgravend op een thema wordt ingezoomd. Maar ook musea zijn een belangrijke bron van kennis en inspiratie. Voor mij waren bijvoorbeeld Huis Doorn en het Veenpark bij Emmen heel belangrijke locaties om te bezoeken. En natuurlijk de Hortus botanicus in Leiden, want die speelt een belangrijke rol in het boek.”

Hoe lang heb je er ongeveer over gedaan om ‘Eline’ te schrijven?
Michelle: “Ongeveer twee jaar, waarvan de helft van de tijd in onderzoek doen ging zitten.”

Wat gebeurt er allemaal met je te verschijnen boek, nadat je het manuscript hebt ingeleverd?
Michelle: “Het manuscript gaat tijdens het schrijfproces een paar keer heen en weer tussen auteur en redacteur, telkens wordt het verder verfijnd. Tegen het einde is er ook een persklaarmaker bij betrokken, een soort redacteur van buiten. Ondertussen zijn andere mensen op de uitgeverij ook druk aan het werk voor je boek. Er wordt een omslag ontworpen, en de promotie richting de boekhandels en de pers wordt in gang gezet. En er zijn tal van zaken waar ik als auteur buiten sta, en dus ook geen weet van heb. Als de inhoud echt helemaal afgerond is, wordt het manuscript opgemaakt in ‘boekvorm’ om het zo maar te zeggen. Dat is de zetproef. Die krijg ik ook nog eens te zien en te controleren. Hier probeer je de laatste schrijffoutjes en afbreekfoutjes eruit te vissen. Daarna gaat het werk naar de drukker, en wordt het verspreid naar boekwinkels, en krijg ik als schrijver ook een doosje vol thuisgestuurd. Dat is natuurlijk altijd een bijzonder moment. Enerzijds wil je dan die doos openscheuren, zo snel als mogelijk. Maar ik probeer altijd toch even een momentje ervan te maken, voor mezelf. Het is tenslotte de eerste keer dat ik het fysieke eindproduct van al dat harde werken in handen heb.”

Op je website staat dat ‘Eline’ min of meer een vervolg is op je debuutroman ‘Véronique’. Kun je de beide boeken los van elkaar lezen?
Michelle: “Zeker. Het zijn twee losstaande boeken, met heel uiteenlopende verhalen, locaties en personages. Wat de boeken verbindt, is allereerst het thema vrouwenrechten. Eigenlijk laat ‘Véronique’ zien hoe het er in Nederland qua vrouwenrechten aan toe was in de jaren 1880, en in ‘Eline’ lees je hoe het wat dat betreft ging in 1918 en daarna. Wat de boeken concreet verbindt, is de historische figuur Aletta Jacobs. Zij speelt in beide boeken een rol. In ‘Véronique’ is ze nog vrij jong, ze is afgestudeerd als arts en heeft een eigen huisartsenpraktijk gevestigd in Amsterdam. Maar dat ging allemaal niet van een leien dakje. Ook haar oudere zus Charlotte Jacobs, de eerste vrouwelijke apotheker van Nederland, speelt een grote rol in ‘Véronique’.
‘Eline’ speelt in de periode 1918-1923 en behalve de oorlog waren er meer ingrijpende processen die het leven destijds bepaalden. De invoering van het vrouwenkiesrecht bijvoorbeeld! Aletta Jacobs was natuurlijk een boegbeeld van de vrouwenbeweging en in die rol komt ze in ‘Eline’ weer voorbij. Ik denk dat het voor lezers heel interessant is om die twee fases uit het leven van Aletta Jacobs te leren kennen. Daarbij kun je gerust eerst ‘Eline’ lezen, en pas later ‘Véronique’. Daarnaast heeft ook het personage Véronique zelf een bijrol in ‘Eline’. Hoe dat precies zit, dat moet iedereen zelf maar ontdekken .”

Op welk boek dat je tot nu toe geschreven hebt, ben je het meest trots en waarom?
Michelle: “Hoewel ik ook van mijn feelgoodromans hou, ben ik vooral trots op mijn historische romans. Enerzijds omdat het schrijfproces veel meer van me vraagt. Ik moet echt een studie naar een tijd doen, om het zo te kunnen schrijven als ik doe. En ook vind ik het uitdagend en belangrijk om bepaalde ontwikkelingen of historische figuren in het spotlicht te plaatsen. Vooral zaken die wat mij betreft meer bekendheid mogen hebben. Mijn historische roman ‘Opstand’ is niet zo bekend, maar misschien ben ik juist het meest trots op dit boek. Het gaat over de burgeroorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke landen in de jaren 1830. Een ingrijpende maar onderbelichte periode in de vaderlandse geschiedenis. Dat ik juist voor dit boek een prijs won (Overijssels boek van het jaar 2014) is voor mij dan ook de ultieme beloning.”

Heb je nog (schrijf)tips voor beginnende schrijvers?
Michelle: “Ik denk dat uit mijn bovenstaande antwoorden op je vragen al wat dingen staan waar beginnende schrijvers wat aan kunnen hebben. Het is lastig om algemene schrijftips te geven, want schrijven is zo’n persoonlijk proces, dat iedereen zelf moet uitvogelen wat voor haar of hem werkt. Het allerbelangrijkste is dit: volg je eigen weg. Wat voelt er goed voor jou? Een boek is een uniek werk, dus alleen jij kunt daar jouw stem aan geven. En vooral: zorg dat je plezier in het schrijven houdt. Ga alsjeblieft niet voor roem of geld aan een boek werken want dat is een bijna onbegaanbare weg. Schrijven levert heel veel op, maar dat zit ‘m vooral in de innerlijke ervaring. Dus: schrijf omdat je het leuk vindt! En verder zijn er aardig wat schrijfhulpboeken verschenen, dus als je er behoefte aan hebt, lees ze en pas toe wat jou aanspreekt.”

Bedankt voor het beantwoorden van mijn vragen!
Michelle: “Jij bedankt voor je interesse in ‘Eline’, en veel leesplezier gewenst.”

Deel dit artikel: