Vijf vragen aan… Leo A.A. de Jong

Lezen is van alle tijden. Of je nu één boek per jaar leest of wekelijks een boek verslindt, lezen brengt je even in een andere wereld, leert je het een en ander en zorgt voor de nodige ontspanning. Heerlijk!

Ik ben natuurlijk niet de enige die dol is op lezen. In de rubriek ‘Vijf vragen aan…’ laat ik een (veel)lezer aan het woord. Wie weet levert het je wel een mooie boekentip op. Deze keer lees je de antwoorden van auteur Leo A.A. de Jong. Hij is onder meer bekend van ’Tijdecho (en andere korte verhalen)’.

1. Welk boek lees je op dit moment en wat vind je er tot nu toe van?
‘Tijdecho’, zei de narcist. Nee, het klinkt misschien gek, maar ik lees zelf niet veel. Ik heb dat trouwens ook wel van andere schrijvers gehoord. Ik trap daarmee niet in de val (bewust of onbewust) dat ik een bepaalde auteur ga imiteren. Dat wil ik absoluut niet; ik wil mijn eigen stijl handhaven. Maar ik vind het wel leuk om mijn eigen werk te lezen. En je mag best even stil blijven staan bij dingen die je hebt bereikt en waar je tevreden over kunt zijn (dat geldt denk ik niet alleen voor schrijvers…). Al moet ik toegeven dat er in de boekenwereld een groot verschil zit tussen artistiek en commercieel succes. Maar als ik zeg dat ik zelf niet veel lees, betekent dat niet dat ik geen boeken heb. Ik barst ervan! Maar de meeste hebben een informatieve inslag. Veel boeken met betrekking tot reizen en architectuur (en combinaties daarvan) en sinds enige tijd ook op het gebied van schilderkunst.

Als ik hier één minder bekende - en wat mij betreft (nog steeds) ondergewaardeerde - naam mag noemen: Charles Rennie Mackintosh. Wat mij aan Mackintosh aanspreekt zijn, behalve de schoonheid van zijn creaties, de opvatting dat de buitenkant een resultante van de functie/binnenkant is - ruim een eeuw geleden een vrij unieke opvatting binnen de architectuur - en zijn ongelooflijke oog voor eenheid en detail. Een reden om Schotland te bezoeken (en waarschijnlijk ook de enige reden…). Triest als je dan leest hoe het de man tijdens zijn leven qua waardering, maar vooral ook financieel, vergaan is.

2. Welk boek heb je in je jeugdjaren verslonden?
Jeugdjaren definieer ik als - pak hem beet - tot twaalf jaar: de lagere schooltijd. Dan zou ik hier twee totaal verschillende namen willen noemen: de boeken van Bob Evers en ‘Dit Is Je Wereld’. Die laatste is een 4-delige encyclopedie, die ik van mijn ouders heb gekregen. Ik had al heel vroeg een brede belangstelling (wat ook blijkt uit mijn eindexamenpakket met niet alleen wis-, natuur- en scheikunde, maar ook economie en vier talen) en dat is altijd zo gebleven. Voor een schrijver kan dat natuurlijk geen kwaad.

3. Welk boek zou je willen herlezen en waarom?
‘Der Fürst’ van Machiavelli (ik heb hem in het Duits, maar de oorspronkelijke titel is natuurlijk ‘Il Principe’). Waarom ik dat boek nog een keer wil lezen weet ik eigenlijk niet: ik heb in mijn leven diverse chefs gehad die zijn werk duidelijk ook kenden... Waarschijnlijk omdat ik de duistere kant van de mensheid gewoon inspirerend vind.

4. Welk boek staat al heel lang ongelezen in je kast en hoe komt dat?
Ik heb een boek liggen over Noord-Korea dat ik nog moet lezen. Moet je een beetje voor in de stemming zijn, denk ik. Nou ja, misschien met Kerst…

5. Lees je liever papieren boeken of digitale boeken en waarom?
Papier, zonder meer! Anders is het geen boek, maar een beeldscherm! Nou kan ik mij wel voorstellen dat je - als je voor zes maanden naar de Zuidpool gaat en geen zin hebt om tweehonderd kilo boeken mee te nemen - voor een e-reader kiest. Maar in alle andere gevallen zou ik zeggen: ga gewoon voor een “ouderwets” boek.